thumbnail__TDH5588
Nieuws4 september 2018

Over mensenrechten, bedrijven en hun ‘zorgplicht’

  • Beschermd regenwoud verdwijnt

  • Kinderen doen zwaar werk

  • De natuur en de mensen krijgen vergif te slikken

Het lijkt bijna onvermijdelijk in de economie van vandaag. Maar dat hoeft het niet te zijn, áls bedrijven verantwoordelijkheid nemen voor wat er gebeurt in hun productieketens. Internationale en nationale regelgeving is nodig om hen zover te krijgen.

De keerzijde van de medaille

Bedrijven spelen een grote rol in de wereldwijde economische ontwikkeling. Maar de landen waar onze bedrijven produceren hebben niet altijd een even sterke wetgeving om arbeidsomstandigheden, mensenrechten, landrechten en het milieu te beschermen. Wijdverspreide uitbuiting van arbeiders op theeplantages in India, massale ontbossing van beschermd regenwoud in Indonesië, kinderarbeid in de cacaoteelt in Ivoorkust … Het maakt deel uit van de toeleveringsketens van de bedrijven die thee, palmolie, cacao, of wat dan ook op de markt brengen. Maar nemen zij daarvoor ook de verantwoordelijkheid op?

Zelfregulering schiet tekort

Allerlei internationale mensenrechtenverplichtingen en milieu-engagementen ten spijt, rekenen onze overheden vooral op zelfregulering door bedrijven. Bedrijven besteden meer aandacht aan duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De afgelopen decennia kwamen er nieuwe gedragscodes, liefdadigheidsprojecten, duurzaamheidsprogramma’s … Helaas merken we dat die initiatieven geen structurele verbetering brengen.

Studies tonen aan dat die vrijwillige aanpak tekortschiet. Meer bedrijven investeren wel in duurzamere productieprocessen, maar de inspanningen zijn zelden in verhouding met de problemen. Ondertussen blijven er bewijzen opduiken voor schade aan het milieu en systematische schendingen van mensenrechten en arbeidsrechten.

Doordat zelfregulering tekortschiet, komt de nood aan een sterker beleid eindelijk hoger op de politieke agenda. Er moeten afdwingbare regels komen die de positieve bijdrage van bedrijven aan ontwikkeling verzekeren. De idee van een zorgplicht voor bedrijven krijgt daarbij veel aandacht.

Speel video

Leg de lat gelijk

Het klopt dat bedrijven moeilijk alle negatieve gevolgen van hun activiteiten kunnen voorkomen. Maar ze hebben wél een zorgplicht, of ‘due diligence’.

Elk bedrijf heeft de plicht om de risico’s en de impact van de eigen activiteiten en die van zijn toeleveranciers in kaart te brengen. Daarna moet het bedrijf initiatief nemen om inbreuken op mensenrechten te voorkomen en nefaste gevolgen te verminderen. Van groot belang is dat alles transparant verloopt en dat er kanalen bestaan om schendingen aan te klagen en compensatie te eisen. Het lijkt gezond verstand, maar toch ontbreekt zorgplicht vandaag in de doorsnee bedrijfspraktijk. Sommige bedrijven tonen dat het wél kan, zelfs zonder verplichting. Zij zetten belangrijke stappen om hun hele productieketen op te volgen en wanpraktijken te bannen. Maar doordat hun concurrenten diezelfde inspanningen niet doen, kunnen de beste leerlingen van de klas de concurrentie moeilijk aan. Tijd dus om op internationaal en nationaal niveau de zorgplicht af te dwingen, met regelgeving. Dan ligt de lat voor alle bedrijven even hoog en kunnen ze eerlijk concurreren.

België hinkt achterop

De Verenigde Naties keurden in 2013 al ‘richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten’ goed. Centraal daarin staan de plicht van de staat om mensenrechten te beschermen, de plicht van bedrijven om mensenrechten te respecteren en het recht van slachtoffers van mensenrechtenschendingen op toegang tot rechtsmiddelen. Elk land moet deze richtlijnen in een concreet actieplan vertalen. In april vergeleken onderzoekers van de HIVA- KU Leuven de actieplannen van verschillende landen. Conclusie: het Belgische actieplan is ronduit zwak. Het bevat geen strategie op lange termijn, noch een concreet plan van aanpak. Ook is er geen budget voorzien om het actieplan uit te voeren. We moeten echt een tandje bijsteken. Bij ons blijft het debat steken bij de doorsnee agenda rond maatschappelijk verantwoord ondernemen. In landen als Frankrijk, Duitsland en Nederland krijgt het thema van mensenrechten en bedrijven veel meer aandacht.

Frankrijk staat hierin het verst. In 2017 keurde het een wet goed die grote bedrijven de ‘plicht tot waakzaamheid’ oplegt. De Franse wet dwingt bedrijven tot maatregelen om risico’s op het vlak van mensenrechten, milieu, gezondheid en veiligheid van personen te beperken. Ook voorziet de wet dat elke belanghebbende een bedrijf dat tekortschiet kan wijzen op zijn verplichting en voor de rechter kan brengen. Deze verdienstelijke stap kwam er met de steun van een jarenlange campagne vanuit het middenveld.

Van richtlijnen naar bindende regels

Op het internationale toneel beweegt er alvast wat. Ecuador lanceerde een voorstel voor een ‘bindend VN-verdrag voor mensenrechten en bedrijven’, samen met Zuid-Afrika. Dit zou vertrekken van de bestaande VN-richtlijnen uit 2013, maar moet bedrijven (en vooral multinationals) écht aansprakelijk maken voor mensenrechtenschendingen in hun productieketen.

Voor veel landen blijkt bindende regels steunen een stuk moeilijker dan zich scharen achter vrijblijvende richtlijnen. Terwijl ze toch vaak de mond vol hebben van de bescherming van de mensenrechten. Het is dus alle hens aan dek om de politieke ambitie aan te scherpen. Onze Belgische politici kunnen ook internationaal een belangrijke rol spelen, want ons land zetelt in de Mensenrechtenraad van de VN, waar over dit verdrag onderhandeld wordt. Onze termijn daar loopt op z’n einde, dus we moeten nu de kans grijpen om iets te betekenen.

Zowel in ons eigen land als internationaal hebben we regelgeving nodig. In welke volgorde dat gebeurt, maakt eigenlijk niet uit. Maar er moet écht iets bougeren! In oktober vindt de volgende onderhandelingsronde plaats over het bindende VN-verdrag over bedrijven en mensenrechten.

Steun Oxfam-Wereldwinkels’ oproep aan onze politici om daar échte stappen vooruit te zetten.

Rechts